Wet Dwangsom

Een van de grote problemen bij informatieverzoeken op basis van de Wob is dat een groot aantal bestuursorganen structureel de wettelijke beslistermijnen overschrijdt. Dit terwijl de wetgever bij de totstandkoming van de Wob heeft overwogen dat lange procedures juist contraproductief werken. De Nationale Ombudsman is daarbij nog een stapje verder gegaan en heeft termijnoverschrijdingen omschreven als een aantasting van het recht op vrije nieuwsgaring.

Sinds 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van kracht. Deze wet heeft een aantal gevolgen.

Allereerst is de beslistermijn op Wob-verzoeken verdubbeld. Was die termijn eerst maximaal twee weken, met de mogelijkheid tot verdaging van de beslissing met nog eens twee weken, nu is die termijn vier weken, met de mogelijkheid van verdaging met nog eens vier weken. Deze ruimere termijn geldt niet voor milieu-informatie.
Bestuursorganen hebben nog een aantal mogelijkheden gekregen om de beslistermijn op te rekken (art. 6 Wob).
Het bestuursorgaan moet vóór het verstrijken van de beslistermijn de termijn verdagen. Na afloop van die termijn kan dit niet meer.

Pluspunt van de nieuwe bepaling in de Wob is dat de gevraagde informatie nu tegelijkertijd met het besluit moet worden verstrekt. Tot 1 oktober kon het bestuursorgaan een besluit nemen en vervolgens na een aantal weken de gevraagde informatie pas verstrekken. Dat is nu gelukkig voorbij.

Na het verstrijken van die beslistermijn (en dat geldt ook voor beslissingen op bezwaar!) ontstaat er een nieuwe situatie. Als aanvrager moet je dan het bestuursorgaan in gebreke stellen. Dat kan door een ondertekend briefje te sturen met de mededeling "Ik heb op (datum) een informatieverzoek / bezwaar ingediend over (onderwerp, eventueel het nummer van de ontvangstbevestiging). De beslistermijn is inmiddels verstreken en ik heb hierop nog geen beslissing ontvangen. Ik stel u in gebreke. Wanneer u niet binnen twee weken reageert bent u een dwangsom verschuldigd."

  1. Als het bestuursorgaan hier niet op reageert begint automatisch een dwangsom te lopen. De maximale looptijd van de dwangsom is 42 dagen en de hoogte is maximaal € 1260,-. De dwangsom bedraagt de eerste 14 dagen € 20,-, de volgende 14 dagen € 30,- en de daarop volgende 14 dagen € 40,- per dag. Het bestuursorgaan stelt uiterlijk twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was het totaalbedrag aan verbeurde dwangsommen vast. De uitbetaling moet binnen zes weken na vaststelling hebben plaatsgevonden.
  2. Daarnaast kun je na het verstrijken van de termijn van ingebrekestelling beroep aantekenen bij de rechtbank wegens termijnoverschrijding. De rechtbank moet binnen acht weken (zonder zitting, met zitting is dat dertien weken) een beslissing nemen, waarbij het bestuursorgaan wordt opgedragen alsnog binnen twee weken een beslissing op het verzoek te nemen. De rechtbank verbindt daar een nieuwe dwangsom aan, die dus naast de al lopende begint te tellen.

Deze Wet dwangsom geldt niet voor verzoeken die vóór 1 oktober 2009 zijn ingediend.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft op haar site een pagina hieraan gewijd met extra teksten.

Home

Juridisch Adviesbureau Maury